Didier Le Menestrel

COP of geen COP ?

 

Ik houd niet van al die acroniemen, letterwoorden en afkortingen die dagelijks op ons afkomen! De oorspronkelijke bedoeling ervan, het verkorten en vereenvoudigen van de boodschap, is prijzenswaardig. Maar ze bieden aan ‘ingewijden’ een wel heel mooi excuus om zich achter hun jargon te verbergen en hun superioriteit tegenover niet-ingewijden kracht bij te zetten.

Ondanks mijn uitgesproken mening over dit soort afkortingen, gebruik ik ze voortdurend in mijn artikelen. Als ik in alle toonaarden “Samen tegen de FTT”, “Voor MVB” en “Leve de PERF” roep, of als ik naar het AMF en het AFG ga om over de BBP-groei in de EU te praten, moet ik wel constateren dat mijn dagelijks leven bol staat van aan elkaar geregen hoofdletters. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de COP21, de alom bekende ‘Conference of Parties’ die enkele dagen geleden in ons bestaan opdook.

COP21 hier, COP21 daar: het acroniem is ingeburgerd en de eerste conclusie die we daaruit kunnen trekken is de volgende. Pas na 20 bijeenkomsten, waarbij tientallen staatshoofden aanwezig waren, en nadat Frankrijk het gastland was van die bijeenkomst (na Lima en Warschau, maar wie kan zich dat nou herinneren?), wordt iedereen wakker, komen er eerbiedwaardige gevoelens op en wordt het duidelijk waar we voor staan…., want opeens beweert iedereen al sinds jaar en dag voorvechter van een schoner milieu te zijn!

Het is natuurlijk erg interessant om naar het overdreven gedoe van vooraanstaande politici te kijken – des te beter dat ze overtuigd zijn van het belang van het onderwerp – maar laten we ons concentreren op de essentie die achter dit schouwspel schuilgaat: 195 landen (plus de Europese Unie) komen tot 11 december bijeen om tot een duidelijk, bindend en universeel akkoord te komen om de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd te verlagen.

De COP bestaat al 20 jaar en er zijn dus al veel stappen gezet. Niemand ontkent dat de aarde opwarmt en dat de activiteiten van de mens daarbij een belangrijke rol spelen; dat is een goede zaak. Voor eventuele twijfelaars onder u citeer ik de Franse econoom Christian de Perthuis: “In geval van twijfel moeten we de door fouten veroorzaakte kosten zoveel mogelijk te beperken”[1]. Daarnaast is er overeenstemming bereikt over het verbruik van koolstofproducten, dat beter gecontroleerd moet worden, alsook over de vereiste middelen (100 miljard euro per jaar vanaf 2020) en de doelstelling: een wereldwijde temperatuurstijging aan het eind van de eeuw van maximaal 2°C boven het niveau van voor de industriële revolutie.

Er bestaat nog veel onenigheid onder de deelnemers over – en daar wringt de schoen – de manier waarop de middelen moeten worden ingezet: sinds het protocol van Kyoto in 2005 is aangenomen (dat was COP nummer… 3 in 1998!), hebben alleen de geïndustrialiseerde landen, en dan vooral Europa (de Verenigde Staten weigerden te ondertekenen) een slagvaardig en doeltreffend milieubeleid gevoerd. Deze goede wil biedt geen enkele oplossing op lange termijn: China is verantwoordelijk voor de jaarlijkse uitstoot van bijna een derde van de wereldwijd geproduceerde broeikasgassen, terwijl Europa onder de 10% zit. Bovendien gaan de levensstandaard en de economische groei van grote landen als India snel omhoog, waardoor het risico op een veel hogere uitstoot enorm is toegenomen.

Met het risico om het enthousiasme van de meest goedgelovige lezer te bekoelen, moeten we constateren dat de gesprekken uiterst complex zullen zijn, dat de geringste vooruitgang al een reuzenstap in de goede richting zal zijn – en ook als zodanig zal moeten worden begroet, dat wil zeggen op bescheiden wijze – en dat de COP22 ongetwijfeld nog belangrijker zal worden dan de huidige bijeenkomst in Parijs!

Laten we ondertussen zelf ons steentje bijdragen. Laten we de politiek bijvoorbeeld aanmoedigen om nog sneller en beter na te denken over de belangrijke rol die het bedrijfsleven en de markten (vooral die voor kooldioxide) in het ecologisch veranderingsproces zouden kunnen spelen. Een aanmoedigingsbeleid zou, in tegenstelling tot het opleggen van restricties, ongetwijfeld een duurzame en collectieve ontwikkeling in de economie in gang zetten.

In de strijd tegen de opwarming van de aarde kunnen we geen afwachtende houding aannemen, maar ook niet met blind enthousiasme te werk gaan; het is de eerste veldslag op wereldwijd niveau die we met zijn allen moeten winnen.

CQFD.

Didier Le Menestrel

[1] Christian de Perthuis en Raphaël Trotignon, Le climat, à quel prix ? (Het klimaat, tegen welke prijs?) De onderhandelingen over het klimaat, Odile Jacob, 2015.