Didier Le Menestrel

Als we het hadden geweten!

Welke belegger heeft niet gedroomd naar zijn bureau te gaan met de krant van de volgende dag?

Toch leidt voorkennis van sommige gegevens niet noodzakelijk tot slimmere beleggingen. Zo zou een ieder die van tevoren geweten zou hebben dat de resultaten van CAC40 bedrijven in 2012 zouden dalen met 26%, zeker geen aandelen hebben gekocht. Een grove fout omdat de CAC40 uiteindelijk met 15% in dat jaar gestegen is.

Een uitzondering? Lang niet zeker … Over een langere periode was de groei wereldwijd hoger tussen 2000 en 2010 (3,8%) dan tussen 1990 en 2000 (3,1%) (1). Toch was het eerste decennium, met zijn tragere groei, gunstiger zijn voor beleggers dankzij een stijging van de MSCI met 145% (versus -12% tussen 2000 en 2010).

Dichter bij huis en spectaculairder blijft het “Franse woordraadsel” een onuitputtelijke bron van reflectie. Vergeet niet dat een jaar geleden, een “future” op de Franse staatsschuld gelanceerd/opnieuw gelanceerd werd. De tool die beschouwd wordt als een “massavernietigingswapen” die door de “hedges” gebruikt kan worden om te speculeren op de Franse staatsschuld zou veel beleggers verrassen. De verkiezing van François Hollande, de stijgende werkloosheid, het onvermogen van Frankrijk om haar begrotingsdoelstellingen te halen waren allemaal elementen die een forse druk op Franse rentes en de gevreesde daling van de beroemde “OAT (2) future” rechtvaardigden. Toch heeft zich precies het tegenovergestelde voorgedaan: 12 maand na zijn lancering is de “future” met meer dan 9% gestegen ten opzichte van zijn emissie. En met een beloning van 2% is de Franse staatsschuld op lange termijn nog nooit zo dociel geweest…

Betekent dit dat de markten zo zweven dat de koppeling van hun prestaties aan reële data een onmogelijke opgave is? Dit is niet onze interpretatie.

Een eerste antwoord dat nauw aan het hart ligt van filosofen en de SNCF is dat een “trein een andere kan verbergen”: hoewel de resultaten van de CAC40 in 2012 met 26% gedaald zijn, is dat (gedeeltelijk) omdat de Crédit agricole in dat jaar een verlies geleden heeft van € 6,5 miljard. Een door beleggers als “tijdelijk” beoordeeld fenomeen dat op grond van een primaire lectuur van een lager resultaat van de CAC40 niet geëxploiteerd kan worden. Dit antwoord is verhelderend, maar er ontbreekt nog iets.

Dat “iets” is de mening van anderen, en de mening van anderen is de inzetprijs. In de prijs van de MSCI in 1990 is een “matige” verwachting van impliciete groei opgenomen. De goede prestatie van het decennium 1990 – 2000 heeft tweeërlei oorzaken:

– de reële groei is beter dan verwacht (het “positieve verrassing”-effect),

– de markt gaat ervan uit dat deze groei zal continueren (of zelfs zal groeien zoals in de jaren 2000!).

De belegger moet net als de fietser die een ontsnappingspoging waagt, eerst het peloton beoordelen. Al is de belegger nog zo tegendraads en autonoom (waar wij prat op gaan!), kan hij zich nooit helemaal voor de meningen van anderen afsluiten, niet om zich achter deze mening te scharen maar om zeker te zijn dat die anderen niet iets over het hoofd gezien hebben.

In deze periodes waarin de Franse groei naar beneden wordt bijgesteld en negatieve Europese nieuwsinformatie, vinden wij in deze methode onze overtuigingen: wanneer de markten weerstand bieden is dat niet omdat de beleggers vergeten hebben de krant te lezen, maar in tegendeel, omdat zij hiervan maanden geleden al kennis hebben genomen…

(1) Les Cahiers Verts de l’Economie
(2) Met schatkistpapier gelijkgestelde obligatie