Didier Le Menestrel

Gewoon te gek …

Didier Le Menestrel, Voorzitter, La Financière de l’Echiquier

Nog niet zo lang geleden, toen olie nog 140 dollar per vat kostte, moest je voor een liter evenveel neertellen als voor een fles Perrier. De instorting van de barrelprijs tot minder dan 30 dollar en de stabiel gebleven prijs van spuitwater resulteert vandaag in een onverwacht gegeven: olie is nu 5 maal goedkoper dan spuitwater.

Deze vermakelijke vaststelling van een groot beurshuis(1) zal traders niet echt deren, want het litertje Perrier is namelijk niet beursgenoteerd. Wat de wenkbrauwen echter meer doet fronsen – niet alleen bij traders maar in de hele financiële wereld – is de recente correlatie tussen de prijs van de aandelen en die van ruwe olie. En dat de terugval van termijncontracten voor olie nog versnelt zoals op 20 januari en de Dow Jones meer dan 4 % verliest, dat de olieprijs ’s avonds plots de hoogte inschiet en de aandelen meteen weer overeind krabbelen. Die evolutie – die globaal bekeken uitzonderlijk is – toont wel degelijk een nieuw fenomeen: sinds het begin van het jaar is de oliekoers de variabele die de evolutie van de aandelenkoersen verklaart.

Op lange termijn is de correlatie tussen de olieprijs en de aandelenkoersen nochtans erg laag. Vanwaar dan dat nieuwe verband en vooral die instorting van de olieprijs, die aanvankelijk werd gezien als ondersteunende factor voor de consumptie en bijgevolg ook voor de groei? Wordt een dalende olieprijs voortaan geïnterpreteerd als een negatieve factor voor onze aandelenmarkten?

We begrijpen dat de bruuske daling van de olieprijs bijzonder negatieve gevolgen heeft voor de olie-industrie en de olieproducerende landen. CLSA maakte in een recent onderzoek gewag van een jaarlijkse inkomstendaling van 2400 miljard dollar voor olieproducenten en 400 miljard dollar voor steenkoolproducenten … De Amerikaanse energiesector heeft het zwaar te verduren: 73 % van de bedrijven staan vandaag genoteerd als junk bonds. Het zo beloftevolle avontuur met schaliegas blijkt vandaag een pijnlijke zaak: 60 % van de capaciteit heeft na één jaar de deuren gesloten. En nu we het toch over duizelingwekkende cijfers hebben: de kapitalisatie van de 10 grootste wereldconcerns uit de olie- en gassector is met 750 miljard gedaald ten opzichte van eind 2014.

Wat een tegenvaller is voor de producenten is natuurlijk een meevaller voor de invoerders. Voor China, dat 7,5 miljoen vaten per dag verbruikt, staat een daling van de barrelprijs met 10 % gelijk met een extra groei van 0,3 %(2). Idem dito voor India (0,5 %) of Indonesië (0,3 %). Zelfs de meest pessimistische economen erkennen dat de netto impact van goedkope olie globaal genomen een positieve zaak is voor de groei van de wereldeconomie, want er zijn in dit scenario veel meer winnaars dan verliezers.

Vraag is wat markten dan wel zien en economen niet. Eigenlijk gaat het niet om wat ze zien, ze denken met ongerustheid terug aan 2008, waar een sector (de vastgoedsector) op zijn eentje de balansen van de grootbanken én het groeitempo van de wereldeconomie onderuit wist te halen. De schuld van de oliesector en de toekomstige faillissementen herinneren hen aan de situatie die voorafging aan de subprime-crisis. De recessie loert om de hoek van de verlaten boorplatformen.

Door de huidige toestand zo te interpreteren, begaan de markten twee vergissingen. De eerste heeft met schaalgrootte te maken: in 2007 vertegenwoordigden beleggingen in vastgoed 6,5 % van het Amerikaanse bbp, terwijl die in de oliesector vandaag goed zijn voor amper 0,5 %; in 2007 maakten ook schulden gekoppeld aan vastgoed 70 % uit van het bbp tegenover slechts 3 % voor de oliesector vandaag. De tweede vergissing heeft met de perimeter te maken. De subprime-crisis was zo verwoestend omdat de rommelkredieten via gestructureerde kredieten bij vrijwel iedereen waren terechtgekomen. Voor de oliesector ligt dat totaal anders, want het risico op besmetting is hier oneindig veel kleiner.

Markten hebben weliswaar gegronde redenen tot nervositeit (lees onze rubriek over strategie), maar als de baisse van de markten gelijke tred houdt met de olie, als ze zich laten leiden door de Brent-prijs, dan zullen we kansen krijgen om daar munt uit te slaan, want net als Perrier weten we dat de markten soms gewoon een beetje gek doen.

 

(1) Kepler-Cheuvreux
(2) Bron: Les Cahiers Verts de l’Economie