<< Terugblik op de actualiteit

Wekelijkse update

Verschoven deadlines

 

Dat de brexit wordt uitgesteld, werd de afgelopen weken almaar waarschijnlijker en lijkt nu een uitgemaakte zaak. In drie stemmingen hebben de Britse parlementsleden achtereenvolgens het ontwerp van het uittredingsakkoord dat Theresa May en de Europese Unie hadden uitgedokterd opnieuw van tafel geveegd, een brexit zonder akkoord uitgesloten en ervoor gekozen om de datum van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie uit te stellen (en tegelijk een nieuw referendum afgewezen). De volksvertegenwoordigers stemden meer bepaald voor uitstel tot 30 juni als het uittredingsakkoord ten laatste op 20 maart wordt goedgekeurd, of voor langere termijn, wellicht tot het einde van het jaar, als het opnieuw wordt verworpen.

De 27 lidstaten van de Europese Unie moeten dat verzoek tot verlenging van artikel 50 wel nog unaniem goedkeuren. De Europese gezagsdragers hebben zich over dit scenario echter al in gunstige zin uitgesproken en hebben er ook weinig baat bij om zich tegen het verzoek van de Britten te verzetten. Wel zal Europa aan een lang uitstel ongetwijfeld voorwaarden verbinden, wat de onderhandelingsruimte van het Verenigd Koninkrijk in de komende gesprekken verder zal beperken.

Ook de deadline voor een handelsverdrag tussen China en de Verenigde Staten werd opgeschoven. Begin vorige week klonk de Amerikaanse handelsgezant Robert Lighthizer vrij optimistisch en schatte hij dat er “binnen enkele weken een akkoord zou worden bereikt”, maar Donald Trump en zijn minister van Financiën, Steven Mnuchin, waren wat terughoudender. Zij lieten verstaan dat de onderhandelingen inderdaad vorderden, maar konden nog geen einddatum in het vooruitzicht stellen. Steven Mnuchin bevestigde trouwens dat er in maart geen nieuwe ontmoeting tussen Donald Trump en Xi Jinping komt. Dat uitstel voedt de onzekerheid en is dus – in tegenstelling tot dat van de brexit – geen goed nieuws voor beleggers. Vrijdag meldde het Chinese persagentschap China News niettemin dat Steven Mnuchin en Robert Lighthizer een telefoongesprek hadden met de Chinese vicepremier Liu He en dat ‘wezenlijke vooruitgang’ was geboekt. Dit stelde de markten gerust.

Het nieuws van die twee fronten stuwde de aandelenkoersen afgelopen week opnieuw flink hoger. De economische cijfers vertoonden echter een gemengd beeld, vooral in de Verenigde Staten en China. In de VS overtroffen de detailhandelsverkoop en de bestellingen van duurzame goederen in januari de verwachtingen, maar de Empire Manufacturing-index (de index van het ondernemersvertrouwen in de industrie in de staat New York), de industriële productie en de inflatie stelden teleur. Veel beleggers gaan er daarom van uit dat de Federal Reserve een verruimend beleid zal blijven voeren. In China lagen de maandelijkse indicatoren in februari in de lijn van de verwachtingen, maar was de industriële productie ondermaats. Premier Li Keqiang stelde beleggers echter gerust door verregaande maatregelen aan te kondigen om de groei te stimuleren.

Het beste nieuws kwam wellicht uit Europa, waar met name de industriële productie hoger uitviel dan verwacht. Het evenwicht blijft wankel, maar het gevoel heerst dat op het oude continent nu zowat alle mogelijke tegenvallers in de koersen zijn verrekend en elke verbetering van het macro-economische klimaat de markten opnieuw kan doen aantrekken. Dat geldt des te meer als de brexit wordt uitgesteld tot het einde van het jaar.