Alexis Bienvenu

Wekelijkse update

Evenwichtsoefening

 

Het monetair beleid is vaak een kwestie van woorden, maar die kunnen even efficiënt zijn als concrete maatregelen. De recentste verklaring van de voorzitster van de Europese Centrale Bank (ECB) illustreert dat perfect. Tijdens de persconferentie na de vergadering van het monetairbeleidscomité op 9 september maakte zij voor de verzamelde journalisten zelf de analyse van haar beleid door over het lagere aankooptempo van de centrale bank te zeggen: “The Lady is not tapering, she’s recalibrating.” (De dame bouwt de aankopen niet af, maar herkalibreert ze.)

De markt reageerde prima op die – overigens verwachte – boodschap, ook al dankzij de fraaie verpakking: “herkalibreren” klinkt heel wat milder dan “de monetaire steun afbouwen”. Toch is dat wel degelijk wat er gebeurt: de ECB zal het bedrag waarvoor ze via het PEPP (Pandemic Emergency Purchase Programme) obligaties aankoopt, momenteel bijna 80 miljard euro per maand, wat terugschroeven. Of liever, aangezien het woord “terugschroeven” nog te negatief zou zijn: de bank blijft obligaties aankopen, maar in een “gematigd lager tempo” (“a moderately lower pace”). Hoeveel gematigder? Niemand die het weet. De ECB lijkt ervoor terug te deinzen een bedrag te noemen. Heel wat waarnemers verwachten echter een vermindering van 10 tot 20 miljard euro per maand.

Al die mooie woorden mogen ons niet verblinden voor de werkelijkheid: de monetaire steun wordt wel degelijk teruggeschroefd, in elk geval wat dit programma betreft (er zijn er nog). In die zin loopt de ECB – voor één keer – wat voor op de Amerikaanse centrale bank, die onlangs liet verstaan een eventuele “tapering” te onderzoeken. Daarbij werd het taboewoord wél uitgesproken: “tapering” is een echte vermindering van de geldhoeveelheid.

Hoewel te verwachten zou zijn dat het vooruitzicht van zo’n herkalibrering beleggers zou verontrusten, is dat niet het geval. Hoe komt dat?

Om te beginnen zijn de plannen in deze fase van de cyclus volstrekt gerechtvaardigd. In de rijke landen trekken de groei en de inflatie met een zelden geziene kracht aan. Het herstel is weliswaar nog broos, te meer omdat het grotendeels op krediet verloopt (ook in ecologisch opzicht), maar het is onmiskenbaar. De hoge inflatie zou wel eens hardnekkiger kunnen blijken dan de centrale banken denken, en hen ertoe kunnen verplichten het monetair beleid bruusker te verkrappen dan verwacht. Dat zal de toekomst uitwijzen.

Ten tweede heeft alvast de ECB nog een ander aankoopprogramma, dat al langer meegaat: het APP (Asset Purchase Programme), momenteel goed voor 20 miljard euro per maand, zonder vaste einddatum. Het valt te verwachten, ook al is daar geen zekerheid over, dat het tempo daarvan de hoogte in gaat en de afname van het PEPP minstens gedeeltelijk compenseert.

Tot slot zullen die “herkalibreringen”, zelfs als er stevig zou worden ingegrepen, de dynamiek op de markt voor staatsobligaties niet compleet veranderen. De centrale banken van de grote landen bezitten inmiddels namelijk een aanzienlijk deel van de schulden van hun landen (of zone): in de Verenigde Staten zo’n 20%, in de eurozone en vooral Japan nog een stuk meer. Alleen al door de opbrengst van afgeloste uitgiften te herbeleggen, staan de centrale banken borg voor een wezenlijk deel van de jaarlijkse herfinancieringsbehoeften van hun overheden. Zolang de centrale banken hun balans niet afbouwen – en daar is op dit ogenblik hoegenaamd geen sprake van – zullen overheden dus vlot aan financiering blijven geraken.

Dreigt dat systeem uit te lopen op een tragedie? Waarschijnlijk niet, want hoe verder de centrale banken die weg bewandelen, hoe meer belang ze erbij hebben het in stand te houden en hun beleid op elkaar af te stemmen om een ineenstorting van het systeem te vermijden. Dat chronische en georkestreerde onevenwicht legt op die manier de fundamenten voor een verstevigd evenwicht en dus een hoge mate van stabiliteit.

 

Geschreven op 10 september 2021