Clement Inbona

China in de greep van een meervoudige crisis

Het Rijk van het Midden worstelt momenteel met een combinatie van onderling verweven problemen en staat daardoor misschien wel voor zijn grootste uitdaging sinds de tijd van Mao.

Op politiek gebied is het 20e Congres van de Chinese Communistische Partij (CCP) uitgemond in een autocratische machtsconcentratie. De sleutels van de Natie zijn nu stevig in handen van één man, Xi Jinping, die alleen nog omringd wordt door de allertrouwste der getrouwen. De publieke vernedering van de voormalige secretaris-generaal Hu Jintao, die manu militari uit het Congres werd verwijderd, heeft dat zonneklaar gemaakt. De macht concentreren kan werken, op voorwaarde dat de machthebbers voeling met de realiteit houden. Verliezen ze die, dan dreigt het hele apparaat aan het wankelen te gaan.

Dan is er de vastgoedmarkt. Aanvankelijk trof de crisis daar alleen de projectontwikkelaars, maar nu ziet de sector de huizenprijzen maand na maand dalen. De ruggengraat van de Chinese economie – vastgoed vertegenwoordigt bijna een kwart van het bbp en 70% van het vermogen van de Chinese huishoudens – brokkelt onophoudelijk verder af.

Op gezondheidsvlak moet het land de grootste coronagolf tot nu toe het hoofd bieden. Er komen nu per dag meer besmettingen bij dan in januari 2020 of het voorjaar van 2022. De regering heeft recent wel het nultolerantiebeleid versoepeld, maar houdt vast aan haar harde aanpak: radicale maatregelen nemen zodra een besmetting opduikt, ongeacht het economische of maatschappelijke prijskaartje.

Geopolitiek doet de wensdroom om Taiwan te annexeren de toch al ijzige relaties met de Verenigde Staten verder bekoelen. Het land zou erdoor geïsoleerd raken en een extra hoge prijs betalen, want de Chinese economie moet het nog altijd vooral van de export hebben.

Tegelijk is het sociale ongenoegen in China groter dan ooit. In een land onder de verstikkende almacht van de CCP oogt het misschien bescheiden in vergelijking met de bewegingen die de westerse democratieën van tijd tot tijd beroeren, maar er duiken steeds meer beelden op van protesten tegen de vastgoedcrisis en de coronamaatregelen. Met bovendien een jeugdwerkloosheid van bijna 20% is dat een grote uitdaging voor het bewind.

In economisch opzicht, tot slot, wordt in 2022 slechts 3,3% groei verwacht, het laagste cijfer van de afgelopen veertig jaar. De Chinese motor van de wereldeconomie begint vervaarlijk te sputteren. Als de gezondheidssituatie verder verslechtert, dreigt dat het groeipotentieel voor de komende kwartalen te ondermijnen.

Op 23 november noteerde de Chinese aandelenmarkt, zoals gemeten door de MSCI China, 33% lager dan begin dit jaar, terwijl de Amerikaanse S&P 500 en vooral de Euro Stoxx 50 veel minder zijn teruggevallen (respectievelijk -16% en -6%). Dat wijst erop dat beleggers de problemen die het Rijk van het Midden nu en in de toekomst het hoofd moet bieden, al flink in de koersen hebben verrekend. Alvorens een nieuwe zijderoute te openen, zal China wellicht eerst zijn Grote Muur moeten verstevigen.