Olivier de Berranger

Wekelijkse update

Pyrrhus 1 – China 0

De Amerikaanse en Chinese markten behoren tot de sterkste stijgers sinds het begin van het jaar. De verklaring ligt voor de hand: op dinsdag 15 januari ondertekenden China en de Verenigde Staten het langverwachte handelsakkoord dat ze – als een vervroegd kerstcadeau – op 13 december vorig jaar hadden aangekondigd. Daardoor schudden beleggers de onzekerheid van zich af die hen een jaar lang in de greep had gehouden.

Donald Trump klopt zich gretig op de borst: volgens hem is het een ‘geweldige deal’ voor ‘America first’. Tot op zekere hoogte heeft hij gelijk. China belooft op ongeziene schaal Amerikaanse producten te kopen, in alle sectoren: landbouw, industrie, energie, financiële diensten. Tegelijk worden de invoerrechten op 250 miljard dollar aan Chinese producten grotendeels gehandhaafd. Alleen de heffingen die in december 2019 zouden ingaan, zijn opgeschort, terwijl de tarieven die sinds september van kracht zijn, worden gehalveerd. Die invoerheffingen zullen een positieve impact hebben op de Amerikaanse schatkist. Dat is nodig, want het presidentschap van Trump wordt gekenmerkt door een enorm handels- en begrotingstekort (5% over begrotingsjaar 2019, ondanks de sterke groei).

Maar dat is niet alles. Het akkoord gaat niet alleen over handelsafspraken met onmiddellijke en tastbare gevolgen, maar ook over gevoeligere langetermijnvraagstukken, zoals de bescherming van intellectuele eigendommen door China en de strijd tegen namaak. China geeft bovendien, door zich ertoe te verbinden zijn munt niet voor handelsdoeleinden te devalueren, een van zijn favoriete wapens uit handen. Tot slot moeten Amerikaanse bedrijven gemakkelijker toegang krijgen tot de Chinese markt voor financiële diensten. De (naar koopkrachtpariteit gemeten) grootste wereldmacht heeft dus een breed, duidelijk onevenwichtig akkoord moeten slikken.

Als lychee op de taart zijn beide landen overeengekomen hun eventuele geschillen onderling, dus niet via een internationale instantie, te beslechten. Dat sterkt Donald Trump in zijn dierbare bilateralisme en garandeert dat hij geen vergelijk moet zoeken met landen die zich achter China zouden kunnen scharen, zoals Rusland.

Maar is het akkoord echt een complete overwinning?

Om te beginnen lijkt het bedrag dat China heeft beloofd in de VS te zullen besteden, moeilijk haalbaar: het betekent dat de Amerikaanse export naar China in twee jaar moet verdubbelen, terwijl sommige technologische producten uit de VS er juist niet meer verkocht mógen worden. De invoer van Amerikaanse landbouwproducten in China zou zelfs moeten verviervoudigen. Hebben de Chinezen al die tot nu toe onnodige import plots wel nodig? En kunnen de Verenigde Staten dan aan die grotere vraag voldoen zonder de uitvoer naar andere landen terug te schroeven? Wordt het anders geen zero sum game?

Sommige afspraken kunnen overigens nadelig zijn voor de Amerikaanse werkgelegenheid. Een betere bescherming van intellectuele eigendommen in China spoort Amerikaanse bedrijven bijvoorbeeld aan om zich daar te vestigen en zou de de-industrialisering van de Verenigde Staten kunnen versnellen.

Doordat de heffingen op de invoer uit China grotendeels behouden blijven, verandert er niets voor de Amerikaanse industrie, die massaal Chinese onderdelen gebruikt en al in een recessie verkeert.

Tegelijk moedigen de maatregelen tegen Huawei en Chinese 5G-technologie China aan om onder de vleugels van Google uit te komen. De draak leert op eigen kracht te vliegen.

Is China nu door de knieën gegaan? Of heeft het de tweeduizend jaar oude wijsheid van Sun Tzu toegepast: “Wanneer actief, lijk inactief”?

Misschien moet Pyrrhus Trump zijn Chinese klassiekers (nog) maar eens uit de kast halen. Dat neemt niet weg dat de markten de wapenstilstand, hoe broos ook, enthousiast hebben onthaald. We feesten mee, maar blijven nuchter.