Olivier de Berranger

Wekelijkse update

De allereerste keer

Crisissen leiden tot ongeziene situaties en scheppen ruimte voor nog nooit beproefde oplossingen. De crisis die is ontstaan door de opmars van het coronavirus illustreert dat perfect. Monetaire en politieke overheden nemen de ene unieke maatregel na de andere. Zo duwden bijna alle landen in de wereld bewust hun economie in een recessie van historische proporties, besliste de Federal Reserve om ook zogeheten ‘speculatieve’ obligaties op te kopen en werden – als tegenwicht voor die economische ‘zelfmoord’ – in allerijl steunplannen van niet eerder vertoonde omvang opgetuigd: in twee maanden tijd werden wereldwijd duizenden miljarden euro’s (of dollars) in de economie gepompt.  Bovendien zwol de balans van de Fed in enkele weken meer aan dan tijdens alle jaren van verruiming sinds 2008 samen, voerde de ECB een programma in (het Pandemic Emergency Purchase Programme) om gericht obligaties van de landen met de zwaarste schulden op te kopen, in het bijzonder Italië, en kwamen er uitkeringen voor mensen zonder werkloosheidsverzekering, met name in de Verenigde Staten, van die omvang dat het voor heel wat slecht betaalde werknemers financieel interessanter is hun uitkering te ontvangen (USD 600 per week) dan te gaan werken.

De recentste vernieuwing in dat rijtje is niet van de minste: het herstelplan dat de Europese Commissie op 25 mei voorstelde omvat – voor het eerst in de geschiedenis – 500 miljard euro aan subsidies en 250 miljard euro aan leningen, te financieren met nieuwe schulden, uitgegeven door de Commissie zelf en niet langer door de lidstaten. Een week eerder hadden Duitsland en Frankrijk al een akkoord over een soortgelijk plan bereikt, dat de markten enthousiast hadden onthaald. Enkele landen wezen echter meteen elke collectivisering van schulden zonder tegenprestatie af. Nu ligt er een formeel voorstel op tafel. Het is weliswaar nog niet goedgekeurd, maar de Commissie zou vast het risico niet genomen hebben om het voor te stellen als ze niet zo goed als zeker was dat het tijdens de volgende top, in juni, door de lidstaten zal worden aangenomen.

De aankondiging ervan heeft, samen met de – nog altijd flinterdunne – hoop op een vaccin, conjunctuurgevoelige aandelen in de eerste helft van de week hoger doen koersen. Later kregen hun defensieve tegenhangers echter weer de bovenhand.

Het plan mag dan wel positief worden onthaald, het is geen wondermiddel tegen de Europese versnippering. De eurozone is nog altijd geen echte begrotingsunie. En de collectieve obligaties blijven een noodgreep: gezien het verzet van sommige landen garandeert niets dat ze blijven bestaan wanneer de crisis bezworen is. Europa heeft nog steeds geen equivalent van Amerikaanse staatsobligaties, die federaal zijn.

De beurzen krijgen wel steun van de soms astronomische herstelplannen, maar als de economie in fundamenteel opzicht naar adem blijft happen, zal dat vroeg of laat niet meer volstaan. Kijk maar naar Japan. Dat voert al jaren een beleid van monetaire en budgettaire stimuli en deed daar afgelopen week nog eens voor bijna 1.000 miljard dollar boven op, maar Japanse aandelen deden het niet noemenswaardig beter dan de rest van de markt.

Toch blijft de allereerste keer tot de verbeelding spreken. Laat ons dus maar niet al te smalend doen over de hervonden Europese eensgezindheid en het stimulerende effect ervan op de markten, hoe vluchtig ook.

Geschreven op 29/05/20