Didier Le Menestrel

Als de wijze...

“Als de wijze naar de maan wijst, kijkt de gek naar diens vinger!” (1) Terwijl de aandacht van de beleggers eind 2013 onverbiddelijk gericht was op de Verenigde Staten en de ontwikkeling van het activa-inkoopprogramma, richten de blikken zich nu bezorgd op China. Vertraging van de groei, wijziging van het monetaire beleid, daling van de Yuan, fouten bij de toewijzing van infrastructuurprojecten, enz.: genoeg om de financiële markten bang te maken en journalisten aan het schrijven te zetten.

Aangezien wij ons nog steeds meer richten naar de ontwikkelingen op bedrijfsniveau dan naar macro-economische indicatoren, snijden we dit “Chinese onderwerp” aan met de aanstaande beursgang in New-York van ALIBABA.

Deze Chinese gigant in de sector e-commerce is heel wat minder bekend dan zijn Amerikaanse tegenhangers… maar is nu al veel groter! Tussen de 3 “mega-sites” van ALIBABA (Alibaba, Tmall en Taobao) worden tegenwoordig volumes als van twee EBAY’s en één AMAZON samen uitgewisseld (wat neerkomt op ongeveer USD 260 mld). Om nog meer duizelingwekkende cijfers te geven: in 2013 bedroeg het volume van online-betalingen in China 867 miljard dollar en de mobiele betalingen zijn, na te zijn toegenomen met een factor 8, de grens van USD 200 mld gepasseerd. Als we u vertellen dat Alipay (de dochter van ALIBABA die betalingen verwerkt) een marktaandeel heeft van 65% op de Chinese markt voor online-betalen en 75% van de markt voor mobiel betalen, weet u precies wat het betekent als bedrijfsmodellen in de Chinese internetsector exponentieel groeien.

China is dus bevallen van een Internetgigant die iedereen verbaast: weliswaar is de omvang van de Chinese bevolking (1,35 miljard inwoners) een verklarende factor, maar dan hadden we kunnen verwachten dat India (1,24 miljard inwoners), dat over een enorm leger van ingenieurs en “geeks” beschikt, aan kop zou gaan in de strijd om de ontwikkeling van e-commerce. Het succes van ALIBABA kan niet worden verklaard doordat de regering de aanzet zou hebben gegeven: dergelijke Chinese ondernemingsavonturen werden vooral mogelijk gemaakt door buitenlandse kapitaalverschaffers (zoals YAHOO en SOFTBANK). De regelgeving voor internet en de enorme achtervolgingswaan van de Chinese regering met betrekking tot dit medium, dat nu zo zwaar gecontroleerd wordt, hadden de ontwikkeling van nieuwe e-commerce-functies juist fors kunnen afremmen.

Dankzij de eerder genoemde enorme uitgaven in de infrastructuur kon deze ontwikkeling wel sneller plaatsvinden in China dan in India of Rusland. 618 miljoen Chinezen beschikken tegenwoordig over een internetverbinding en 90% (2) van de Chinese bevolking woont op minder dan 1 uur van een snelweg: dat zijn twee essentiële elementen voor de ontwikkeling van “B to C” -modellen (3).

Ter gelegenheid van wat ongetwijfeld de grootste beursgang van 2014 wordt (de omvang ervan is al bekend: men verwacht een kapitalisatie van ongeveer 150 miljard dollar) zal er zeker veel aandacht uitgaan naar waarderingen en waarderingsratio’s. Maar er zal beslist minder aandacht uitgaan naar de factoren die de opkomst van deze overal aanwezige distributeur mogelijk hebben gemaakt: de snelle bouw van bruggen en de duizenden kilometers aan nieuwe snelwegen die zijn aangelegd (meer dan 50.000 kilometer toegevoegd tussen 2006 en 2012) (2).

Het beoordelen van de impact van infrastructuuruitgaven op de groei van het BBP van een land is een lastige rekensom, maar in een tijd waarin China wordt geassocieerd met lege kantoortorens, spooksteden en verkeerde kapitaaltoewijzingen, is het zaak om te profiteren van de positieve resultaten van een beleggingsstrategie op lange termijn, zoals het enorme succes van ALIBABA.

Didier Le Menestrel

 

(1) Confucius : Chinees filosoof (551 – 479 v. Chr.)
(2) Bron: Gavekal
(3) “Business to Consumer”: directe verkoop, zonder tussenhandel, van producten aan de consument.