<< Terugblik op de actualiteit

Wekelijkse update

Een herstel dat (nu al) op zijn laatste benen loopt?

 

De grote aandelenindexen sloten een grillige week af met dalingen die qua omvang uiteenliepen. Overhaaste conclusies trekken kan ertoe leiden dat we de oorzaken van deze schommelingen verkeerd inschatten.

 

In Europa stond de week in het teken van de publicatie van de nieuwe groeivooruitzichten van de Europese Commissie, die haar verwachtingen fors naar beneden heeft bijgesteld, met name voor 2019. Brussel gaat uit van een bbp-groei over 2019 van 1,3% voor de eurozone en van 1,5% voor de Europese Unie, tegen respectievelijk 1,9 en 2,0% voorheen. De grootste herzieningen betreffen Italië (+0,2% tegen +1,2%) dat technisch gezien in een recessie is beland, en Duitsland (1,1% tegen 1,8%), dat hetzelfde lot zou kunnen treffen bij de publicatie van zijn groei over het vierde kwartaal van 2018 op 14 februari aanstaande. Ter vergelijking: Frankrijk houdt de schade beperkt (1,3% tegen 1,6%). Een behoorlijke kink in de kabel dus, maar wel één die volgt op een door analisten reeds vastgestelde vertraging, die deels is ingeprijsd door de markten en naar aanleiding waarvan de Europese Centrale Bank haar positie reeds heeft versoepeld. Zoals gewoonlijk lopen de grote politieke instellingen achter de feiten aan bij de herziening van hun economische vooruitzichten. Louter een bevestiging dus, die de recente marktschommelingen slechts ten dele verklaart.

 

Buiten Europa richtte de bezorgdheid zich wederom op het handelsoverleg tussen China en de VS, waarover de berichtgeving tegenstrijdig was. Aan het begin van de week voerde optimisme de boventoon, en sommigen hoopten dat Donald Trump tijdens zijn afgelopen woensdag uitgesproken State of the Union een tipje van de sluier zou oplichten. Maar de Amerikaanse president maakte er nauwelijks woorden aan vuil. Bovendien liet de economisch adviseur van het Witte Huis, Larry Kudlow, de volgende dag doorschemeren dat amper vooruitgang was geboekt bij de onderhandelingen, en de tv-zender CNBC liet weten dat een ontmoeting tussen Trump en Xi Jinping vóór 1 maart, de datum waarop de tijdens de G20-top gesloten wapenstilstand ten einde loopt, “hoogst onwaarschijnlijk” is. Natuurlijk zijn dit zaken waarover beleggers niet bepaald te spreken zijn, maar ze verklaren niet alles.

 

Los van de macro-economische cijfers en de onzekere geopolitieke ontwikkelingen, zijn ook de bedrijfsresultaten niet goed genoeg om de markten een duwtje in de rug te geven. Winstwaarschuwingen, en vooral verlagingen van de winstdoelstellingen, waren aan de orde van de dag. Terwijl de publicaties in de Verenigde Staten over het vierde kwartaal van 2018 globaal genomen in de lijn der verwachtingen lagen, is de verwachte winst per aandeel voor de komende drie kwartalen de afgelopen maand naar beneden bijgesteld. In Europa vallen de resultaten over het vierde kwartaal tot dusver tegen: slechts 47% van de ondernemingen hebben de consensusverwachtingen overtroffen, een percentage dat sinds eind 2014 niet meer zo laag is geweest.

 

Beetje bij beetje wordt de markt minder toegeeflijk, en teleurstellende resultaten worden steeds vaker afgestraft. Terwijl de opleving in januari, die deels technisch van aard was, werd benut om de buitensporige onderwaardering na de daling in december te corrigeren, lijken beleggers momenteel geen katalysatoren meer te bespeuren die een verdere stijging zouden rechtvaardigen, waarbij de accommoderende toon van de centrale banken slechts een tegenwicht vormt tegen de twijfels over de wereldwijde groei. Talloze segmenten bieden echter nog altijd interessante mogelijkheden. Op voorwaarde dat we een naar alle waarschijnlijkheid hogere volatiliteit op de koop toenemen.